bertilkok.punt.nl
Kok fietst(te)

Vanwege opnieuw een blessure loop ik sinds een paar maanden niet meer hard. Met een peesplaatontsteking onder je voet ben je voor wat betreft hardlopen een half jaar tot een jaar letterlijk uit de running. De combinatie van niet meer sporten, geen 20 meer zijn, vakantie en een ongewijzigd eet- en drinkpatroon hebben ervoor gezorgd dat mijn goddelijke slanke lichaam in schrikbarend tempo is veranderd in een lang slank lichaam waar een enorme bierpens voor bungelt. De opmerkingen die ik sinds enige tijd naar mijn hoofd geslingerd krijg, liegen er niet om. En ook de weegschaal is genadeloos. Sinds mijn laatste weegmomentje zijn er maar liefst 8 kilo bijgekomen en het getal 100 komt angstig dichtbij.

Dat de lichamelijke aftakeling zich bij mij heeft ingezet, moge duidelijk zijn. Een overbelaste pols, zwakke knieën, ogen die toe zijn aan een leesbril en nu dus tijdelijk een voet met een ontsteking. Qua sporten zijn er dan nog steeds wel mogelijkheden. Zoals – met goede begeleiding - een sportschool. Voor mij echter geen optie. Ervaringen uit het verleden garanderen in dit geval een kansloze toekomst. Geheister aan apparaten in inspiratieloze ruimtes waar je ook nog een berg geld voor moet neerleggen is niet bepaald mijn ding. Sporten die overblijven zijn zwemmen en fietsen. Ook zwemmen heb ik geruime tijd gedaan. ’s Ochtends vroeg voor werktijd. Veel te vroeg opstaan, naar een zwembad rijden en in een altijd veel te krap hokje je omkleden om in belachelijk koud water tussen massa's tergend traag banentrekkende bejaarden door te slalommen is gedoe. En Kok is allergisch voor gedoe.

Blijft over fietsen. Laat ik daar nou ook een broertje dood aan hebben. Waarschijnlijk een jeugdtrauma. Met ondernemende vrienden fietste ik vroeger zo nu en dan hele stukken. Bijvoorbeeld naar familie in Meppel. Maar ook toen al nooit van harte. Want altijd wind tegen, regen onderweg en te ver weg. Waar mijn fietsende vrienden nog fluitend energie te over hadden spookten bij mij altijd al gedachten door het hoofd over terug met de trein of op laten halen met de auto. De tijd dat ik brommer mocht rijden kwam voor mij destijds dan ook als geroepen! Niet dat dat allemaal vlekkeloos verliep, maar daarover wellicht een andere keer. Tegenwoordig fiets ik dagelijks naar het werk. Een zeer bescheiden afstand, maar toch altijd 20 kilometer meer per week dan menigeen die dagelijks de beschikking heeft over een auto voor woon- werkverkeer. Dit stukje fietsen gaat uiteraard probleemloos, hoewel wind en regen nooit mijn vrienden zullen worden.

Vrienden van nu doen aan racefietsen. Zij behoren tot de MAMIL's, de zogeheten Middle Aged Men In Lycra. Heren met een fors postuur die smakelijk lachen als ik mijn uitpuilend buikje een bierbuik noem. Ondanks dat zij door het leven gaan met veel meer mee te torsen extra vet dan ik, schamen zij zich er niet voor zich meerdere malen per week in wielerbroekjes te hijsen met strakke wieler T-shirts die op zijn zachts gezegd niet bepaald flatteren. De handschoentjes, bidons, helmpjes en glimmende schoentjes completeren het koddige geheel. Maar ze sporten dus wel! Waar ik dagelijks al hijgend, puffend en steunend mijn 2 kilometer naar het werk afleg, fietsen zij afstanden die regelmatig de 60 kilometer ruim te boven gaan.

Ondanks alle weerstand die ik tegen het fenomeen fietsen heb besloot ik om toch een poging te wagen. Vanwege chronisch blut en geen bereidheid om er direct honderden Euro’s aan te spenderen, leende ik een fiets van een collega. Deze collega heeft ongeveer mijn lengte, dus zou het met de fiets qua formaat ook wel in orde komen. Het werd geen racefiets, maar een mountainbike. Met niet van die smalle, maar hele stoere brede banden. Die ook voor meer weerstand en dus zwaarder fietsen zorgden, hoorde ik later.

Woensdag voor het eerst maar een stukje gefietst. Vanuit Zwolle richting Hasselt en met een leuk lusje via Mastenbroek weer terug. Goed voor zo’n 16 kilometer. En een zere rug. En zere polsen. Waarvan er al één afgeschreven was. En last but not least, een mega pijnlijke testikel. Want sinds een vasectomie (sterilisatie, voor de gelukkigen die dit nog nooit hebben ondergaan) is dit ook een lichaamsdeel dat tot de gevoelige gebrekkige onderdelen des Kok’s behoort. En waar ik me uiteraard nooit mee gemeld heb bij huisarts of uroloog, want alles doet het nog. Nee, dit was een goed begin van dat fietsen.  De fiets bleek totaal niet te matchen met de verhoudingen van mijn lichaam, maar vooralsnog moest het er maar even mee gebeuren.

Donderdag al werd de tweede rit aanvaard. Vriend Raymond wilde ook graag naar Hasselt en terug. Inmiddels was ik dankzij vriend Anne ook voorzien van een heus fietsbroekje met zeemleer, dus nou zou het wel pijnloos gaan allemaal. Al na de eerste 2 kilometers wist ik dat dit niet het geval was. Het achterwerk bleef pijnvrij, maar eerder genoemd lichaamsdeel zou me de hele rit parten spelen. Niet dat ik me liet kennen. Al keuvelend legden we de eerste 8 kilometer af in een tempootje van zo’n 25 kilometer per uur.  Bij Hasselt besloten we de afstand wat te vergroten. Genemuiden, we komen er aan! Zo gezegd, zo gepedaald. Vlak voor Genemuiden merkte ik dat het allemaal wat moeizamer ging. De benen begonnen (ja, toen al!!) licht te verzuren en het eerder genoemde fysiek ongemak werd alsmaar ongemakkelijker.

Maar, doorbijten. Via het industrieterrein in Genemuiden kozen we de terugweg. Om me niet te laten kennen zette ik op een gegeven moment een sprint in, waarbij ik een topsnelheid van 40 kilometer aantikte. En dat had ik beter niet kunnen doen. Vanaf toen was het wel zo’n beetje helemaal gebeurd. De puf was er uit. Snelheid werd er niet meer gehaald. Hoewel ik later nog een laffe poging tot een sprintje deed. Want waarom leren van je fouten? De laatste 3 kilometers waren een ware hel. Mijn rug vond het al lang niet meer leuk en mijn testikel had het formaat van een wedstrijdvoetbal aangenomen. Thuis gekomen dook ik een warm bad in om daar de rest van de avond niet meer uit te komen.

Fietsen dus. Er wordt mij verzekerd dat het met goed materiaal, goede spullen en vooral een goede afstelling allemaal goed gaat komen. Echter, zoals de geleerden van De Dijk al zongen “Muzikanten fietsen niet”. Oh, was dat dansen? 


Reacties

Commentaar
Jouw naam/bijnaam
Website url
E-mail
Je Punt profiel
Hou mij op de hoogte
Ik wil op de hoogte gehouden worden
Dit is een verplicht veld
Domeinregistratie en hosting via mijndomein.nl